Class actions in België: geen blitzstart

Het blijft wachten op een eerste class-actionvordering voor een Belgische rechtbank. De praktische omkadering van de wet verbeteren kan volgens Nick Portugaels en Yung Shin Van Der Sype soelaas brengen.

Nick Portugaels
Yung Shin Van Der Sype


Dit artikel verscheen in De Juristenkrant (nr. 307 van 8 april 2015). Bestel hier een abonnement of lees ze via Jura.

Sinds 1 september 2014 kunnen consumenten die schade hebben geleden door eenzelfde onderneming zich gezamenlijk beroepen op een nieuw wapen in het Belgisch juridisch arsenaal. Dat nieuwe wapen, dat de facto het Belgische equivalent vormt van de class action , werd rechtsvordering tot collectief herstel gedoopt. Voortaan kan een onderneming die, door eenzelfde oorzaak, schade toebrengt aan een groep schadelijders, door die groep gezamenlijk worden aangesproken voor het herstel van de schade. De invoering van dit mechanisme werd voorafgegaan door vele jaren van debat en discussie. Daardoor liepen de verwachtingen over de werking ervan hoog op. Dat er tot op heden geen enkele rechtsvordering tot collectief herstel is ingesteld, valt daarom des te dieper te betreuren.
Zowel in Nederland als in Frankrijk zijn er wel al zaken gestart. In Frankrijk, waar men net zoals in ons land lang heeft moeten wachten op een wettelijke regeling, werd zelfs op de dag van de inwerkingtreding van de nieuwe regels (1 oktober 2014) al een rechtsvordering tot collectief herstel (une action de groupe) ingesteld. De vordering richtte zich tegen een bedrijf dat is gespecialiseerd in het beheer van vastgoed. Het bedrijf zou over een tijdspanne van meerdere jaren ettelijke miljoenen onterecht hebben aangerekend.

GEEN LIJST
Dat Belgische procedures tot dusver uitblijven, is voor de exclusief bevoegde Brusselse rechters wellicht eerder een opluchting dan een zorg. Voor hen zou het succes van de vordering immers ongetwijfeld een verhoogde werklast met zich meebrengen.
Niettemin kan ook op een ander praktisch pijnpunt worden gewezen, namelijk dat van het ontbreken van een lijst van schadeafwikkelaars. Zij zijn krachtens artikel XVII.57 van het wetboek economisch recht immers verantwoordelijk voor de concrete afhandeling (selectie van consumenten die in aanmerking komen voor vergoeding, uitkering vergoeding& ) van het schadeherstel. De rechtbank moet de schadeafwikkelaar kiezen uit de lijst van personen die bevoegd is om kennis te nemen van de rechtsvordering tot collectief herstel. Tot op heden ontbreekt die lijst.
Het is veilig te besluiten dat het Belgische equivalent van de class action , na zeven maanden, geen blitzstart heeft gekend. Niettemin blijft het slechts een kwestie van tijd vooraleer consumentengroepen ook in ons land de weg naar het collectief herstel zullen vinden. Het verdient daarom aanbeveling de praktische omkadering van de wet te verstevigen. Of dat ook werkelijk naar de eindbestemming kan leiden, is uiteraard niet zeker, maar niettemin is een geplaveide weg gemakkelijker te beklimmen dan de kasseien van de Muur van Geraardsbergen.

Nick Portugaels is verbonden aan ALLIC - Universiteit Antwerpen, Yung Shin Van Der Sype aan het ICRI - KU Leuven.

Gepubliceerd op 17-04-2015

  62