Christian Denoyelle, nieuwe voorzitter HRJ: ‘De winkel draait nog altijd, en dat is op zich misschien wel een hele prestatie’

Begin september is de nieuwe Hoge Raad voor de Justitie aan zijn mandaat begonnen. De 44 leden hebben ook het Bureau gekozen dat de komende vier jaar mee de lijnen moet uitzetten. Voor een echt meerjarenplan is het nog te vroeg, maar De Juristenkrant peilde bij voorzitter Christian Denoyelle al naar de ambities van het nieuwe bureau. Zijn Franstalige collega-magistrate Magali Clavie schoof ook mee aan. ‘We moeten veel proactiever communiceren.’

Ruth Boone
Foto: Wouter Van Vaerenbergh


[Dit zijn fragmenten uit het interview, het volledige interview kunt u lezen in De Juristenkrant van 28 september 2016 (digitaal of op papier), of via Jura]

Christian_DenoyelleMet het vertrouwen van de burger in justitie is het na al die jaren nog altijd niet fantastisch goed gesteld, zo wees de enquête van de KU Leuven en Wolters Kluwer, waarover we vorige week in De Juristenkrant berichtten, opnieuw uit. En rapporten zoals dat voor de Panamacommissie helpen de zaken ook al niet vooruit. Christian Denoyelle: '[...] De pijnpunten zijn bekend, al langer dan vandaag. Het taalgebruik is al lang een probleem, of laat ik het positief zeggen, een uitdaging. Er zijn wel initiatieven; een paar maanden geleden was er bijvoorbeeld het colloquium over helder taalgebruik. Er is wel degelijk een bewustzijn aan het groeien binnen de magistratuur dat daaraan iets moet gebeuren. Maar het zijn eerder lokale initiatieven, iedereen kijkt een beetje naar mekaar, en ook de colleges zouden zich daarmee kunnen bezighouden. Maar het is allemaal niet zo eenvoudig. Er is een cultuuromslag nodig in de hele gerechtelijke wereld, van deurwaarder over notaris tot de magistraat, een groter bewustzijn van iedereen dat er iets moet gebeuren.’

[...]

'Dat is een beetje het probleem van justitie: wie gaat iets zeggen? Ik heb op een bepaald moment telefoons gekregen met vragen over het parket, maar ik zat toen helemaal niet in een positie dat ik daarover iets kon zeggen. Op een bepaald moment lekte de brief van het College van de zetel aan de minister over de beheersovereenkomsten, en men vroeg mijn commentaar, wat ik natuurlijk aan het College zelf overliet. Maar wellicht wou het College toen geen olie op het vuur gooien door meer toelichting te geven. Het was misschien anders gelopen met een professionele woordvoerder. Het is dezelfde plaat die we opzetten, maar er is gewoon geen budget voor. Persmagistraten doen dat heel goed, maar nemen die taak er maar bij naast al hun andere opdrachten. Als er iets gebeurt wat het lokale overstijgt, wordt de communicatie vaak overgelaten aan de externe usual suspects, die dan een beperkt beeld geven van justitie.'

[...]

‘Er zijn 14 mensen in de benoemings- en aanwijzingscommissie. Als je in de commissie zit, zit je daar niet als vertegen-woordiger van een bepaalde strekking. Je kijkt naar het dossier, naar de kwalificaties. We hebben een tweederdemeerder-heidnodig en de stemming is geheim. Er zijn zoveel checks en balances dat je al heel veel mensen gemanipuleerd zou moeten hebben, om het in een bepaalde richting te duwen. Zo werkt het echt niet.’


Dit zijn fragmenten uit het interview, het volledige interview kunt u lezen in De Juristenkrant van 28 september 2016 (digitaal of op papier), of via Jura

Gepubliceerd op 29-09-2016

  225