Cassatie: werkzoekende cohouser kan als alleenstaande beschouwd worden

Tussen werkzoekenden in cohousingprojecten en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bestaat al enige tijd onenigheid. Waar de RVA vindt dat werkloze cohousers een uitkering moeten krijgen als samenwonenden, vinden die laatsten dat ze recht hebben op de (hogere) uitkering van een alleenstaande. Hoewel de discussie intussen een aantal keren werd voorgelegd aan arbeidsrechtbanken en -hoven, kwam er nooit volledige duidelijkheid. Dankzij een arrest van het Hof van Cassatie wordt nu wel duidelijker welke partij het bij het rechte eind had.

Gepubliceerd op 09-11-2017

Alexander Maes
500516612-cohousing

Volgens het Hof volstaat het niet dat de cohousers feitelijk onder hetzelfde dak wonen, noch dat zij een economisch-financieel voordeel halen uit het delen van de woning, om van samenwonen te kunnen spreken. Artikel 59 uitvoeringsbesluit werkloosheid vereist daarnaast immers ook dat zij hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen. Voor het recht op maatschappelijke integratie geldt een gelijkaardige omschrijving. Voor cohousers in een eengezinswoning maakt dat de situatie echter niet eenvoudiger. Omzendbrief RWO 2011/1, die het onderscheid tussen woningen en kamers wil verduidelijken, vraagt juist dat zij op bestendige basis duurzaam samenleven. Het blijft onduidelijk of dat combineerbaar is met een uitkering als alleenstaande.

Feitenkwestie

[...] Nu vaststaat dat een cohouser niet noodzakelijk een samenwonende is, zou hij zijn hogere uitkering als alleenstaande kunnen behouden. Nochtans blijft het een feitenkwestie om te bepalen of een werkzoekende al dan niet hoofdzakelijk zijn huishouden gemeenschappelijk met zijn medebewoners regelt. De appelrechters hielden daarvoor rekening met een aantal elementen. [...]

[...] In deze zaak kon het arbeidshof volgens het Hof van Cassatie dus wettig oordelen dat er géén sprake was van een hoofdzakelijk gemeenschappelijk huishouden. Als men zich echter op deze elementen baseert, is de situatie nog niet voor iedereen opgelost. Met name werkzoekende cohousers in een eengezinswoning lopen risico. Daar móeten de samenwoners volgens omzendbrief RWO 2011/1 immers een gezin vormen. Zij moeten daarvoor op bestendige basis duurzaam samenleven. [...]

Hoofdzakelijkheid van het gemeenschappelijke huishouden

[...] Het arrest van het Hof van Cassatie lijkt echter veel belang te hechten aan de hoofdzakelijkheid van het gemeenschappelijke huishouden als essentiële voorwaarde om van een samenwonende te kunnen spreken. Het interpreteert de voorwaarden uit artikel 59 uitvoeringsbesluit werkloosheid dus zeer strikt. [...] Gezien de verschillende finaliteit van de omzendbrief en de werkloosheidsreglementering kan men argumenteren dat ze ook het gezamenlijke huishouden anders benaderen. Een werkloze die wat de werkloosheidsreglementering betreft niet hoofdzakelijk zijn huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelt, kan dan toch een gezin vormen omdat hij een gezamenlijk huishouden voert met zijn huisgenoten in de zin van de omzendbrief. Een wetgevend initiatief rond cohousing kan hier evenwel nog veel meer duidelijkheid verschaffen.

Alexander Maes is assistent sociaal recht aan de rechtsfaculteit van de Universiteit Hasselt.

 

Cass. 9 oktober 2017, nr. S.16.0084.N

  1079