Bereikt het tuchtrecht van de advocaten zijn doel?

Dit artikel uit Tijdschrift voor Privaatrecht biedt een overzicht in vogelvlucht van het Belgisch advocatentuchtrecht, met de nadruk op de ontwikkelingen in de laatste zes jaar.

Gepubliceerd op 20-08-2020

In deze bijdrage over de deontologie, het tuchtrecht en de tuchtrechtspraak van de advocaat wordt deze vraag beantwoord. Om die vraag te beantwoorden kijkt de auteur naar de hele regelgeving, die van de advocaat een knecht van veel meesters maakt,zoals naar het recht. Het eigen advocatenrecht is immers ook recht. Geen aanvoelen, zoals het vaak wordt voorgesteld, of intuïtie, of kwestie van gezond verstand. Ook geen kwestie van "libre arbitre du barreau", maar gewoon recht. Met die bijzonderheid dat de meeste nationale en internationale regels die het beroep beheersen een hoger soortgelijk gewicht hebben dan de reglementen die de advocaten zelf maken, en dat deze dan ook nog van openbare orde zijn. Zoals elke rechtstak vereist het advocatenrecht inspanning en studie om gekend te zijn.De bijdrage draagt hieraan bij.

JoStevens
Jo Stevens

Twee Potpourri-wetten

De bijdrage biedt een ruim overzicht van het advocatenrecht. Komen aan bod: de deontologie en het tuchtrecht en  het tuchtprocesrecht van de advocatuur. Telkens worden de algemene beginselen, hun toepassing, de wijzigingen in regelgeving en recente evoluties in de tuchtrechtspraak besproken en wanneer nuttig worden deze geïllustreerd met casussen. Bij de tuchtprocedure gaat er vooral aandacht uit naar het vrij bewijs in tuchtzaken en het vermoeden van onschuld, de plicht van advocaten tot loyaliteit en oprechtheid, de vragen of samenwerkingsverbanden van advocaten onder het tuchtrecht dienen gebracht te worden en of de regel ‘non bis in idem’ in tuchtzaken toegepast moet worden. Vervolgens worden de bewarende maatregelen van de stafhouder als hoofd van de Orde bekeken en het tuchtrechtelijk onderzoek dat hij leidt. We overlopen de ganse tuchtprocedure, tot en met de uitspraak en de mogelijke rechtsmiddelen, en sluiten af met de verjaringsregels.

Een negatief antwoord

Aan de hand van statistische vergelijkende gegevens zal blijken dat de gestelde vraag naar de effectiviteit van het advocatentuchtrecht een negatief antwoord verdient. De oorzaken zijn gekend, de middelen op eraan te verhelpen, en dan vooral een 'toezicht op het toezicht' installeren evenzeer. Maar de wijze waarop dat 'systeemtoezicht' thans in de OVB bij reglement is georganiseerd, voldoet niet. Zeker in vergelijking met het Nederlands voorbeeld, dat voor dit instituut werd gevonden in de Advocatenwet.

De studie sluit dan ook af met een dringende wake-upcall en tien concrete aanbevelingen.      

  225