Bart Nelissen: ‘Rechters hebben het vandaag niet onder de markt’

Bart Nelissen verdedigde onlangs zijn doctoraat aan de KU Leuven, onder promotorschap van Benoît Allemeersch. Hij behandelt daarin de positie van de magistraat, en kijkt hoe die van een onafhankelijk magistraat eerder een rechter-bureaucraat geworden is: ‘Ik heb me een beeld proberen vormen van hoe rechters afzien. Hun job is onwaarschijnlijk moeilijk en ondankbaar vandaag.’ En daarnaast moeten we af van het idee dat de rechter een vonnisautomaat is, vertelt hij aan De Juristenkrant, maar: ‘Het is een blinde vlek hoe de rechter aankijkt tegen zijn of haar medemens, terwijl dat toch beïnvloedt hoe hij of zij functioneert. Voor publiek engagement is nog altijd een basishouding van optimisme nodig. Uitgebluste rechters verlaten het schip.’

Gepubliceerd op 16-04-2018

Annelien Keereman
Redacteur De Juristenkrant
bart-nelissen-6
Bart Nelissen - (c) Wouter Van Vaerenbergh

[...]

‘Ik heb veel ontzag voor de missie van rechters. Ze moeten behoorlijk besluitvaardig zijn. We vragen hen om knopen door te hakken die hoe langer hoe meer politiek zijn, maatwerk vereisen en dat alles binnen een beperkte budgettaire ruimte. En dat dan nog eens zonder te laten zien wie de rechter als persoon is, wie er zijn stempel op drukte. Dat is zowat het onmogelijke vragen.

[...]

'De fundamentele garantie voor goede rechtspraak is een deugdzame vrouw of man. Nu weten we niet wie ‘de rechtbank’ is. Ik zou een ideologische Turingtest of Kaplantest invoeren, dat lijkt op de maturiteitsproef die vroeger werd gevraagd voor overheidsbetrekkingen. Je moet een tekst samenvatten zonder commentaar, en daarna pas becommentariëren. Veel mensen zullen die samenvatting onbewust al kleuren. Als je ideologisch neutraal schrijft, zou iemand op basis van je samenvatting niet mogen zien naar wie je sympathieën uitgaan. Rechters moeten zich meer bewust leren zijn van welke waarden ze aanhangen, en niet langer denken dat ze neutraal zijn.'

[...]

‘Je kunt activistisch zijn op twee manieren: ofwel zeg je: ‘dat gaat niet ver genoeg en ik ga het nog wat oprekken’, ofwel ga je de wet tegenwerken en in je uitspraak niet zo ver gaan als de wet beoogt. Vroeger zou ik gedacht hebben dat het te maken had met welbegrepen loyauteit, met zo goed mogelijk de procedure toepassen: pas je als rechter loyaal de wetgeving toe en kom je tot conclusies die ingaan tegen eigen opvattingen, of blijf je de wetgeving interpreteren om business as usual aan te houden? Maar het draait uiteindelijk niet om jou als rechter, het gaat om de samenleving en wat daar beslist wordt. Je krijgt een partituur, die moet je spelen zoals de dirigent het vraagt. Rechters zijn niet rechtstreeks, democratisch verkozen. Ze moeten hun ambt loyaal, integer, nederig, constructief invullen. Als ze daar niet mee kunnen leven, nemen ze maar ontslag. Maar de boel wat saboteren, dat kan niet.’

[...]

  629