Alarmdag bij justitie: een publieke ingebrekestelling

Vorige week vrijdag, 20 maart, aan de vooravond van de begrotingsbesprekingen in de federale regering, heeft de magistratuur samen met de andere ‘actoren van justitie’ een alarmdag gehouden. In het Brusselse justitiepaleis informeerden 18 sprekers het publiek over de prangende problemen bij justitie: meer zaken met minder budget en personeel, betalingsachterstand, en een gebrekkige informatisering. De burger heeft recht op beter, klonk het unisono.

Annelien Keereman

Alarmdag‘Justitie wendt zich tot de burgers omdat zij van hen haar mandaat heeft ontvangen, omdat zij het voor hen uitoefent, en omdat het voorwerp van dat mandaat thans verduisterd lijkt’, zo opende eerste voorzitter van het Hof van Cassatie Jean de Codt zijn inleidingstoespraak. ‘We wilden geen pleidooi pro domo houden’, maakt hij ook in een interview achteraf duidelijk. ‘Het gaat in wezen niet over gebouwen, werkomstandigheden en budgetten, maar over welke justitie er moet zijn voor de burger. Uiteraard heeft een dag als deze niet onmiddellijk resultaat, maar we hebben onze plicht gedaan: we hebben de burger verwittigd over de toestand bij justitie. We richten ons daarom eigenlijk ook niet tot de minister, maar tot de natie, aangezien alle machten komen van de natie.’


‘Bij Cassatie behandelen we nu zaken uit 2010-2011. Zaken behandelen binnen de redelijke termijn gaat niet meer. We hebben echt onze 30 begrote raadsheren nodig om te zorgen dat we zaken op tijd kunnen behandelen. Ik begrijp niet dat de inspecteur van Financiën kan zeggen dat het er maar 28 zullen zijn. Het kader is door de wet bepaald, het is een waar-borg voor de burger. Daaraan raken is gevaarlijk. Heeft de administratie het recht om het kader niet aan te vullen? Ik denk van niet.’ ‘Het departement justitie beschikt niet langer over wervingsautonomie. De rechterlijke orde wordt voortaan behandeld als een administratie van de regering, wat zij niet is’, is de Codts scherpe conclusie. ‘De administratieve beslissing om de vacante betrekkingen niet bekend te maken en om alle rekruteringen door de inspecteur van Financiën te laten goedkeuren, lijken het grondwettelijke evenwicht tussen de drie machten aan te tasten. De burgers vergissen zich als ze denken dat een bloedarme justitie hun rechten zal beschermen.’


Wat veel sprekers tijdens hun speech benadrukten, bevestigt ook voorzitter de Codt: men is kritisch, maar heeft het niet op de minister gemunt: ‘We zijn niet tegen de minister en we willen meewerken aan zijn justitieplan, maar ook niet zonder enige kritische noot. Het plan is onderverdeeld in vier hoofdstukken, waarbij het tweede over burgerlijke maatregelen gaat, het derde over strafrechtelijke maatregelen en het vierde over de gerechtelijke organisatie. In de hoofdstukken twee en drie staan veel voorstellen die van de magistratuur komen. De advocatuur gaat daar niet altijd mee akkoord, want ze verminderen de rechten wel wat. De filosofie is bezuinigen, dus werklast verminderen, procedures eenvoudiger maken, vooral in strafzaken, afschaffing van de raadkamer, assisen beperken, nietigheden schuiven naar de bodemrechter… Daar gaan we mee akkoord, omdat die maatregelen het werk minder zwaar zullen maken. Maar dat is het werk van het parle-ment, en de gunstige effecten van die hervormingen zullen nog op zich laten wachten. Het duurt zeker nog een jaar voor de voorstellen in wetten gegoten worden. De negatieve effecten van de bezuinigingen voelen we daarentegen al drie jaar, dus die periode overbruggen zal zeer moeilijk zijn.’


 

Gepubliceerd op 25-03-2015

  75