Achter de schermen bij het Staatsblad

Staatsblad6

U raadpleegt dagelijks het Belgisch Staatsblad. Tenminste, in theorie doet u dat. Maar hoe komt de dikste krant van het land tot stand? 

De Juristenkrant zocht het voor u uit, en kreeg een rondleiding op de redactie. ‘Wij zullen zelf nooit een goedgekeurde tekst aanpassen. Een komma verplaatsen kan de betekenis soms al veranderen.’


 

Hieronder leest u een fragment uit het artikel. De volledige reportage leest u in De Juristenkrant (nr. 303 van 11 februari 2015) of via Jura. 

Annelien Keereman
Foto’s Wouter Van Vaerenbergh

Op een zonnige dinsdagmorgen maken we onze opwachting aan de achterkant van een groot kantoorgebouw in de Brusselse Noordwijk. Aan een kleine deur in een lange blinde muur hangt een blad papier in een plastic mapje, dat bevestigt dat we wel degelijk aan de kantoren van Belgisch Staatsblad staan. We melden ons aan, en een medewerker brengt ons via heel veel gangen en hoeken naar het bureau van directeur Wilfried Verrezen. ‘Toen we van onze vorige locatie naar hier verhuisden, hadden we schrik dat al onze briefwisseling verloren zou gaan in de post voor de WTC-torens. Daarom wilden we graag een apart adres. Maar in de praktijk is het een stuk sneller om gewoon via de centrale inkomhal aan te melden.’ We noteren het voor een volgend bezoek.


Staatsblad3Op Verrezens bureau liggen enkele papieren exemplaren van het Belgisch Staatsblad. Ze zijn pas authentiek als Verrezen, of zijn vervanger, zijn handtekening zet. ‘Er worden nog vijf papieren exemplaren gemaakt. Eerst waren het er maar drie: één bij de minister van Justitie, één in de Koninklijke bibliotheek voor het wettelijk depot, en één op onze eigen dienst voor wie geen internet heeft. Nu zijn het er vijf geworden: nog één voor het Rijksarchief en één dat op microfilm gezet wordt. Als een hacker de internetversie van het Staatsblad zou aanpassen, kan men nog altijd terugvallen op deze authentieke papieren versie en op de microfilmversie.’ Microfilms, in 2015? ‘De papieren exemplaren worden geprint, niet gedrukt, dus is er geen garantie dat de inkt over x aantal jaar nog leesbaar is.’

[...]

Waarom eigenlijk überhaupt nog een Staatsblad maken? Kan je niet beter alles in een databank gieten? Verrezen is categoriek: neen. ‘Onderschat het belang van het Staatsblad niet. Het zorgt voor een foto van de stand van zaken op een bepaald ogenblik. Het is een onveranderlijke momentopname. In een databank kun je het verleden niet zien, en bovendien is die niet authentiek.’

[...]

VAN MINISTER NAAR KONING EN TERUG

Staatsblad5

Het Staatsblad breekt al jaren records. In 2014 werder er 107.270 bladzijden gepubliceerd. Ter vergelijking: in 1986 waren dat er 30.000. ‘Die enorme toename komt onder andere door de vele staatshervormingen. Die leiden tot veel pagina’s, en wanneer er nieuwe regeringen in het leven geroepen worden, produceren die ook veel extra pagina’s. Er zijn meer en meer Duitstalige publicaties. En vergeet ook de impact van Europa niet, op alle niveaus. Het kost nu natuurlijk ook niks meer, 100 bladzijden extra in een pdf maken geen verschil voor het budget.’ Heeft het stijgend aantal bladzijden ook met overregulering te maken? ‘Om een wet af te schaffen moet je weer een wet maken, dus eigenlijk kun je uit het aantal pagina’s niet per se afleiden of er nu wel of geen administratieve vereenvoudiging is.’

[...]

Hoe komt het dat sommige wetgeving zo lang op zich laat wachten, terwijl andere in het Staatsblad verschijnt nog voor de administratie er klaar voor is, zoals in juni vorig jaar bij de invoering van de dubbele familienamen? ‘Dat hangt van de minister en zijn of haar departement af. Stel dat er uitvoeringsbesluiten nodig zijn, of een databank die nog niet klaar is, zoals bij de probatiewet, dan is het soms niet opportuun om de wet al te publiceren. Het gebeurt natuurlijk ook dat een minister niet achter een wet staat, dan zal die geen prioriteit op de agenda krijgen, maar dat is weer een andere zaak. Bij de dubbele familienamen kregen wij de vraag wat de vroegst mogelijke publicatiedatum was, we hebben die gegeven, en vervolgens heeft het kabinet alles in orde gebracht tegen die datum. Meer weet ik daar niet over (lacht). Over dat proces hebben we helemaal geen controle, we volgen alleen op wat we binnen krijgen.’

[...]

TECHNICITEIT

Staatsblad4Waarom worden er soms meerdere edities van het Staatsblad gemaakt? Verrezen: ‘Toen ik hier in 1986 begon, was voor een extra editie nog de toestemming van de minister van Justitie nodig. Dat is al lang niet meer zo. Een tweede editie laat ons toe om op voorhand te werken. Stel dat we bericht krijgen dat de koning vandaag een wet ondertekent, maar we weten niet hoe laat, dan kunnen we die wet nog in een tweede of derde editie brengen. Anders zou het hele Staatsblad moeten wachten op de handtekening voor één wet. Of stel, er komt een decreet van 4.000 bladzijden aan, dan zetten we dat op voorhand klaar, ook in een aparte editie.’ ‘Het idee is dat als we dan toch geen goed voor druk krijgen, we niet alle paginanummers in het Staatsblad moeten aanpassen. Komt die tweede editie er niet, dan is er geen probleem voor de rest van de publicaties van die dag. Nu, om dezelfde reden zijn we er ook wel weer strenger in geworden, want zolang we niet weten of die wet wel of niet ondertekend is op die dag zelf, kunnen we het Staatsblad van de volgende dag niet afwerken. En die doorlopende paginanummers zijn een manier om antidatering te voorkomen.’

[...]

 

Hierboven las u een fragment uit het artikel. De volledige reportage leest u in De Juristenkrant (nr. 303 van 11 februari 2015) of via Jura. 

Gepubliceerd op 11-02-2015

  333