2015: het jaar van het kerntakendebat voor justitie

Meer doen met minder middelen: dat wordt de uitdaging voor justitie in deze legislatuur. Minister van Justitie Koen Geens wil dat mogelijk maken door zowel de input als de output bij de rechtbanken aan te pakken. Daarbij zullen alle onnodige taken moeten worden afgestoten. Een kerntakendebat voor justitie dus. De Juristenkrant sprak met de minister, en legde hem een aantal citaten van bekommerde juristen voor. ‘We moeten durven opruimen.’ 

Ruth Boone

[Dit is een fragment van het interview, de volledige versie kunt u lezen in De Juristenkrant nr. 301 van 14 januari 2015 of via Jura]

KoenGeensWVVJustitie is al jaren ondergefinancierd en moet nu gaan besparen. Dat wekt wel wat vertwijfeling. Welk perspectief kunt u het gerechtspersoneel geven tegen het einde van deze legislatuur? Is er licht aan het eind van de tunnel, en wat is dat dan?
‘Ik heb alle leden van de rechterlijke orde en alle personeelsleden een brief gestuurd, waarin ik zo klaar mogelijke wijn schenk over de besparingen en de perspectieven. De ingreep aan de inkomstenzijde is zwaar en lineair, dus justitie ont-snapt er niet aan. Maar het is aan de andere kant zeker zo dat wij, en dan bedoel ik de rechterlijke en de penitentiaire sector, niet altijd zeer efficiënt werken. Ik viseer daarbij niemand, het ligt aan het systeem. We moeten een aantal sys-teemverbeteringen aanbrengen, die toelaten om het met minder middelen nog beter te doen. Ik ben redelijk optimistisch over het feit dat dat mogelijk is, als we samen en collegiaal in de goede richting willen duwen. Er moet op veel punten door alle justitieactoren in een andere richting worden gewerkt, en dat klinkt misschien een beetje idealistisch, maar ik denk dat het juist is.’

[...]


 

Om de input te verminderen, lijkt u sterk in te zetten op bemiddeling.
‘Dat is een manier om zowel in burgerlijke als in strafzaken minder zaken in de rechterlijke sfeer te betrekken. Het valt op dat in de rechterljke sfeer heel wat zaken litigieus zijn. In andere landen wordt het gerecht ook ingezet voor niet-litigieuze zaken, zoals akkoorden en bemiddeling, maar ook voor snelle betaling. Daar kunnen we zeker nog van leren. Maar bemiddeling is niet het enige antwoord.’
‘Wat het hoger beroep betreft, en dat geldt soms ook voor de derde aanleg, is er een capaciteitsgrens bereikt waar meer bemensing door de budgettaire omstandigheden geen oplossing meer aan kan bieden. We hebben heel wat capaciteitswinst geboekt met kleine informaticatoepassingen. Door de werklast te verminderen wordt het veel makkelijker om over werklast te spreken. Je kan bijvoorbeeld heel wat besparen door zaken die overbodig, ouderwets of routineus zijn, te laten vallen. Dat is trouwens niet alleen zo aan de inputzijde, maar ook aan de outputzijde, via efficiëntiewinsten zoals de systematisch electronische communicatie van vonnissen.’
‘Maar we moeten ook durven toegeven dat de rechter in eerste aanleg meestal gelijk heeft. We moeten de eerste aanleg in ere herstellen.’

[...]


 

DE PRIJS VAN JUSTITIE

U bent professor vennootschapsrecht. Is justitie failliet?
‘Wel, ik ken mijn regels van het faillissementsrecht, de betalingen zijn niet gestaakt. Het grootste deel van de gerechts-kosten heb ik kunnen aanzuiveren door een bijkomend budget voor 2014 van 25 miljoen euro, en men verleent ons nog altijd krediet. Failliet is justitie in de technische zin dus niet.’
‘Ik wil wel toegeven dat het niet normaal is dat justitie zo moeilijk betaalt. We zullen moeten werken aan de betalings-stromen en de kosten efficiënter maken. Zo spenderen we 21 miljoen euro aan postzegels en aangetekende zendingen. Dat is een ontzettend bedrag. Dat kan omlaag door andere communicatiemiddelen in het gerechtelijk proces. We hebben heel veel telefoon- en telefoontapkosten. We zijn nu als belangrijke inkoper die contracten aan het heronderhandelen. Voor volgend jaar zouden we 7 miljoen kunnen besparen. Ook voor andere kosten zijn er efficiëntiewinsten te doen: dat vraagt een wijziging van werkprocessen, en dat vraag wat tijd, maar het is iets wat we op korte termijn kunnen doen.’
‘Anderzijds moeten we vaststellen dat magistraten niet verantwoordelijk zijn voor de kosten die ze maken. Die komen op het budget van justitie zonder voorafgaandelijke raming. Een onderzoeksrechter moet geen rekenschap afleggen over de kosten die hij maakt voor een onderzoeksmaatregel. Je kunt wel zeggen, justitie heeft geen prijs, maar het heeft wel een prijs natuurlijk. Daarom willen we bijvoorbeeld meer DNA-analyses kanaliseren via het NICC, dat ervoor kan zorgen dat die analyses goed aanbesteed worden. Nu is het dikwijls zo dat men de analyse zelf ergens bestelt, hoe duur die ook is, want het moet vooruit gaan.’
[...]

DURVEN OPRUIMEN

Er werd al meermaals op gewezen dat problemen bij justitie vaak het gevolg zijn van slechte wetgeving. Gaat u daar in het algemeen op letten bij de redactie van wetgeving?
‘Ik heb het niet graag over slechte wetgeving, of over slechte rechtspraak. Rechters moeten werken in volstrekte open-baarheid en hun vergissingen zijn heel erg zichtbaar. Dat is in veel andere beroepen niet zo. Wat dat betreft heb ik veel mededogen. Maar ik heb die ook met de wetgever. Die moet vaak aan heel tegengestelde maatschappelijke belangen een antwoord bieden, en vaak kan hij dat alleen met de creatie van bijkomende complexiteit. Voor de magistratuur is het uiteraard veel makkelijker om geen vergissingen te maken als de wetgeving eenvoudig is. Maar complexe wetgeving is niet noodzakelijk slecht. Ze is een gevolg van het zoeken naar maatschappelijke evenwichten tussen soms, toegegeven, verschillende ideologisch-politieke tendenzen.’
‘Dat belet niet dat vanop afstand, wanneer wetgeving een aantal jaren bestaat, once the dust has settled, men de zaken dikwijls fel kan vereenvoudigen. Daar droom ik van, dat we tot veel eenvoudiger wetgeving gaan kunnen komen. Maar dat veronderstelt dat men mag opruimen.’ [...]

[...]

[Dit is een fragment van het interview, de volledige versie kunt u lezen in De Juristenkrant nr. 301 van 14 januari 2015 of via Jura]

Gepubliceerd op 14-01-2015

  95