100 jaar Josef K.: de rolstoel, machteloos voor Stenen Trappen richting Recht

Oude gerechtsgebouwen zijn niet altijd toegankelijk voor rolstoelgebruikende rechtzoekenden. Op 6 januari 2015 stelde de politierechter in Vilvoorde een zaak uit tot wanneer de rechtzoekende rolstoelgebruiker zou worden opgeroepen in een toegankelijk gerechtsgebouw. Daarvoor baseerde hij zich onder andere op artikel 6 EVRM. Bovendien schuwde hij geen krachtige taal.

Bruno Lietaert, in De Juristenkrant 

RolstoelJustitiepaleisHoewel Ons bekend is waarom hij werd gedaagd, zal Josef K. nooit weten waarom hij voor zijn rechter moest verschijnen. Ons is zijn machteloosheid bekend, zijn vervreemding in een universum van ontoegankelijke, gerechtelijke regels. Ons is de weg bekend naar la salle des pas perdus: hoe het Josef K. dan vergeven dat hij verstek laat gaan? Zo ook is Ons bekend dat hij zuchtte onder traditie en hiërarchie, onder macht en bureaucratie, verstoken van bescherming door recht en rechtvaardigheid. Maar waarover klagen: Ons is toch bekend dat hij geldig werd gedagvaard? Kafka, Het proces, 1914-15. Voetnoot: Ons is ook bekend dat Josef K. zijn doodvonnis tekende.

Doodvonnis, maar toch: Josef K. is niet dood. 100 jaar later, in het Glorieuze Gerechtelijk Jaar 2014-15, is Ons bekend: Josef K. leeft. We zien hem geregeld terug. De Josef K. die gelijk heeft maar zijn gelijk niet op juiste wijze inroept - en dan maar afgewezen wordt; Ons is bekend wat ultra petita betekent. Er is de Josef K. die geen papieren kon verzamelen; Ons is bekend dat recht onderge-schikt is aan bewijs. Er is de Josef K. die het normdoel van de wet naleeft, maar het lettertje niet kende; Ons echter is bekend wat dura lex, sed lex betekent. We zien zelfs de Josef K. die niet komt: Ons is bekend dat de kosten oplopen; het is duur aankloppen op de Poorten van de Tempel van het Recht. De Josef K.’s sterven niet. Zij blijven komen, blijven gaan.

NIET OP DE PARKING
Maar laat ons niet te zwartgallig zijn. 100 jaar na Kafka is er ook wel wat veranderd. Louter formalisme is steeds minder doorslag-gevend; het doel van het ding wordt belangijker. Ongrondwettelijke wetten kunnen worden aangevochten. Traditie en hiërarchie bevragen loopt niet altijd uit op een doodsvonnis wegens Majesteitsschennis.

Zo is er de Josef K. die op 9 december 2014 moest verschijnen voor een politierechter. Maar deze Josef K. is rolstoelgebruiker. Nu verloopt de toegang tot Onze eerbiedige, statige en glorieuze gerechtsgebouwen vaak langs imposante, koude stenen trappen. Poelaert is groot, maar maakt klein. Zo rezen voor Josef K. donkere stenen trappen uit, richting gerechtigheid voerend. Hij kon ze niet bestijgen, Josef K. moet zich klein hebben gevoeld. Poelaert heef zijn normdoel bereikt.


Maar ziet: in de politierechtbank van Vilvoorde draagt het griffiepersoneel Josef K’s met rolstoel en al omhoog. De poëzie die daar in zit! Of houdt de politierechter zitting en hoort hij zijn Jozef K. in andere, wel toegankelijke krochten en spelonken van zijn ge-rechtsgebouwtje (in dit geval: de garage). De schoonheid daarvan! Ziedaar een mens in de griffier, een mens in de rechter, mensen die de mens in Josef K. ontmoeten.
En in zijn vonnis van 6 januari 2015 gaat de politierechter nog verder. Een Josef K., wiens rolstoel niet gedragen mocht worden, diende zich voor Ons te verantwoorden. Maar de politierechter kon Josef K. enkel op de parking spreken, in slechte weersomstan-digheden nog wel... Zijn overweging: ‘Naar het oordeel van de rechtbank strookt het niet met de waardigheid van een persoon met een handicap om zijn/haar zaak op een andere plaats te behandelen dan in de zittingszaal’. Hij verwees op pertinente wijze naar zowel artikel 6 EVRM als naar het verdrag over de rechten van personen met een handicap, en paste die hogere verdragen ook daadwerkelijk toe. Zijn besluit: de zaak niet te behandelen in dit ‘sterk verouderd, muf en ontoegankelijk gebouw’ dat een ‘al even verouderde als minderwaardige justitie uitstraalt’, en ‘dat de indruk wekt dat de overheid weinig interesse en middelen heeft voor de juridische zorgen van de rechtszoekende’. De rechter stelde de zaak uit tot wanneer Josef K. zal worden opgeroepen in een toeganke-lijk gerechtsgebouw.

NIEUWE DREMPELS
Het verhaal van deze Josef K. is geenszins uitzonderlijk. Integendeel, nous sommes tous Josef K. Lang geleden en dan nog advocaat, schaamde ondergetekende zich diep toen een bejaard, rolstoelgebonden familielid geen toegang vond tot het hof van veroep in Gent. Zijn advocaat pleitte hartstochtelijk, maar deze oude, lieve, bezorgde Josef K. kon zijn eigen zaak niet bijwonen. Zo zat hij daar, vastgebeiteld wachtend voor een berg stenen drempels. Dat je ruste in vrede, pepe I.


De politierechter in Vilvoorde heeft een moedig vonnis geveld. Hij toont dat het anders moet. De rechter verwees naar de tekortko-mingen van de politiek, maar legde het probleem niet enkel buiten zich en nam ook zelf verantwoordelijkheid. Hij liet recht en rechtvaardigheid primeren op traditie en hiërarchie. Regeltjes zijn enkel nodig waar mensen zich niet waardig gedragen. Zijn vonnis is poëzie, schoonheid en waarheid in één.
Toch is Josef K. nog altijd niet dood. Al slijten ze heel langzaam, de stenen drempels, dan komen er wel nieuwe, zoals financiële: dreigende rechtsplegingsvergoedingen, onverwachte btw-tarieven op erelonen en overheidszakken-vullende-rolrechten. Ook om zo’n redenen zullen nog vele Josef K.’s volgen. Op ons echter komt het aan. Af en toe kan je ‘iets doen’. Laat ons 100 jaar later, in het Glorieuze Gerechtelijke Jaar 2014-15, het voorbeeld van de Vilvoordse politierechter niet vergeten.

(De auteur is rechter bij het arbeidshof in Gent en vrijwillig wetenschappelijk medewerker bij het HR Centre UGent.)

Pol. Vilvoorde, 6 januari 2015.

Dit artikel verscheen in De Juristenkrant (nr. 305 van 11 maart 215). Lees ze via  Jura. 

De rechter stelde de zaak uit tot wanneer Josef K. zal worden opgeroepen in een toegankelijk gerechtsgebouw.


 

Gepubliceerd op 12-03-2015

  164