1 september 2015: wat verandert er?

1 sept 3.jpg1 september is niet alleen de start van het nieuwe schooljaar. Er verandert ook heel wat in de wetgeving. Een overzicht.


Geldzaken

Jongeren

Vanaf 1 september 2015 moet de jongere onder de 21 jaar die inschakelingsuitkeringen aanvraagt, in het bezit zijn van een diploma hoger secundair onderwijs of een alternerende opleiding met succes hebben afgerond. De persoon die niet voldoet aan die voorwaarde, maar die studies heeft beëindigd die het recht openen, kan een nieuwe aanvraag indienen eens hij de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.

Pensioenen werknemers

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine had op de ministerraad van 13 maart aangekondigd dat er een welvaartsaanpassing zou komen voor bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers. Het KB dat die aanpassing doorvoert, is op 13 april in het Staatsblad verschenen. Het gaat om de uitvoering van het advies van de sociale partners over de invulling van de welvaartsenveloppe 2015-2016.

- Minimumrecht per loopbaanjaar. Als het loon - geherwaardeerd en desgevallend omgerekend - lager is dan 17.367,23 euro (voordien: 17.026,70 euro) per jaar, wordt het pensioen onder bepaalde voorwaarden berekend op dit bedrag. Deze bepaling is van toepassing op de pensioenen en de overgangsuitkeringen die voor de eerste maal ingaan op 1 september 2015.

- Gewaarborgd minimumpensioen. Het voor een volledige loopbaan toegekende rustpensioen mag niet kleiner zijn dan een gewaarborgd minimum van 13.021,31 euro (voordien: 12.765,99 euro) per jaar indien de betrokkene voldoet aan de voorwaarden of een gewaarborgd minimum van 10.420,33 euro (voordien: 10.216,01 euro) per jaar als dat niet het geval is. Het overlevingspensioen op grond van een volledige loopbaan van de overleden echtgenoot, mag niet lager zijn dan een gewaarborgd minimum van 10.256,50 euro (voordien: 10.055,39 euro) per jaar.

-  De pensioenen die vóór 1995 zijn ingegaan, worden vanaf 1 september 2015 verhoogd met 1%. Deze verhoging geldt niet voor de minimumpensioenen, die al met 2% zijn verhoogd.

Pensioenen zelfstandigen

Een KB van 7 juni 2015 zorgt voor een welvaartsaanpassing van bepaalde pensioenen in de regeling voor zelfstandigen. Het gaat om een uitvoering van een deel van het sociaal akkoord over de welvaartsaanpassing 2015-2016.

- Het KB zorgt voor een verhoging met 2% van de minimum rust- en overlevingspensioenen voor zelfstandigen op 1 september 2015. Daartoe wordt de wet op de harmonisering van de pensioenregelingen aangevuld met nieuwe basisbedragen.

-  Het KB zorgt op 1 september 2015 voor een verhoging met 1% van de pensioenen voor zelfstandigen, die ingegaan zijn vóór 1 januari 1995. Met uitsluiting van de minimumrustpensioenen.

Gaat het om een overlevingspensioen, dan is het in aanmerking te nemen ingangsjaar het jaar tijdens hetwelk het rustpensioen van de overleden echtgenoot daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan indien deze op het ogenblik van zijn overlijden dit pensioen genoot.

Centraal huwelijksovereenkomstenregister

1 september 2015 betekent een ommezwaai voor het Centraal huwelijksovereenkomstenregister. Vanaf dan worden immers ook samenlevingscontracten en uitspraken van rechtbanken over huwelijksovereenkomsten, huwelijksstelsels en samenlevingscontracten geregistreerd en zal de opgeslagen informatie toegankelijk zijn voor het grote publiek. De federale wetgever zorgt nu op de valreep voor aantal aanpassingen. Het gaat vooral om verduidelijkingen voor een betere toepassing. Al zijn er ook inhoudelijke wijzigingen.

Waarom uitbreiding?

Vanaf volgende maand registreert het Centraal huwelijksovereenkomstenregister niet meer alleen (gewijzigde) huwelijkscontracten, maar ook samenlevingscontracten en uitspraken van rechtbanken over huwelijksovereenkomsten, huwelijksstelsels en samenlevingscontracten. Bedoeling is de informatie te centraliseren omdat ze van belang is voor derden die rechtsband willen, in een rechtsrelaties staan ten aanzien van één of beide partijen of die een uitvoering van zijn verhaalsrechten overweegt. De gegevens stellen hem bijvoorbeeld in staan om de rechten en plichten van de betrokken partijen na te gaan, na te gaan of de partij zelfstandig mag optreden, of de tussenkomst van een andere partij vereist is, en of zijn verhaalsrechten al dan niet beperkt zijn tot de eigen of de gemeenschappelijke goederen van de partijen.

Die bedoelingen worden nu verduidelijkt in de wet. Die zegt nu uitdrukkelijk waarom volgende akten in het Centraal huwelijksovereenkomstenregister worden opgenomen:

- de huwelijksovereenkomsten en de gewijzigde huwelijksovereenkomsten, met aanwijzing van het stelsel, met het oog op hun tegenwerpelijkheid aan derden;

  • de in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomsten, met het oog op hun publiciteit;
  • de vonnissen en arresten die een wijziging inhouden van het huwelijksvermogensstelsel of van de in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomsten, met het oog op een volledige kennisgeving aan derden.


Publicatie wijzigingsakten in Burgerlijk Wetboek 

In het verleden moesten uittreksels van bepaalde gewijzigde huwelijksovereenkomsten gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Die verplichting werd bij de wetswijziging van januari 2013 opgeheven. Maar de wetgever komt hier nu op terug. Wijzigingsakten moeten toch in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden. Mits uitzonderingen. Zo is publicatie bijvoorbeeld niet verplicht wanneer het gaat om een beschikking die de wettelijke regels van verdeling van een gemeenschap wijzigt of een beschikking die een verdelings- of verrekeningsbeding in een stelsel van scheiding van goederen invoert, wijzigt of opheft.

Bovendien blijkt uit de voorbereidende werken dat het gaat om een eenvoudige mededeling. Het is niet de bedoeling dat er nog een uittreksel van de akte zelf verschijnt.

De wetgever wil met deze bijkomende publicatie nuttige informatie op een gestructureerde en gegroepeerde wijze ter beschikking stellen van de schuldeisers.

De Koning krijgt in dit kader de bevoegdheid om te bepalen welke gegevens met betrekking tot de gewijzigde huwelijksovereenkomsten door de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat ter publicatie worden overgemaakt aan het Belgisch Staatsblad, de modaliteiten van de publicatie, de datum van inwerkingtreding van de verplichting tot publicatie en de vergoedingen. Mits voorafgaande consultatie van de Privacycommissie.
Toegankelijk voor iedereen
Vanaf volgende maand wordt het Centraal Huwelijksovereenkomstenregister opengesteld voor iedereen. Uit privacyoverwegingen voegt de federale wetgever hier nu een voorwaarde aan toe: de aanvrager moet kunnen aantonen belang te hebben bij de opzoeking. Hij bevestigt hiermee zijn initiële wens.

Bewakingsdiensten

Minister Dewael heeft bepaald wat de vereisten zijn inzake beroepsopleiding en beroepservaring, en inzake psychotechnisch onderzoek, voor het uitoefenen van een leidinggevende of uitvoerende functie in een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst. Deze voorwaarden worden beschreven in een KB van 21 december 2006, dat tegelijk ook de erkenning van de betrokken opleidingen regelt. Het zeer uitgebreide besluit telt 114 artikels, waarvan we hier enkele hoofdlijnen bespreken. Het vergelijkbare KB van 30 december 1999, dat een veel beperktere uitvoeringsregeling bevatte, wordt nu al voor een deel opgeheven. De minister van Binnenlandse Zaken zal verdere artikels opheffen wanneer hij de volgende reeks artikels van dit KB in werking laat treden.

Opleidingsvereisten

Elk lid van het leidinggevend personeel moet voldoen aan een aantal opleidingsvereisten. Welke deze zijn, hangt af van de functie van de betrokkene. In elk geval moet hij houder zijn van een bijscholingsattest leidinggevend personeel, afgeleverd tijdens de periode van twee jaar die de vervaldatum van zijn identificatiekaart voorafging. Voor de uitoefening van gezag over bewakingsagenten, werkzaam op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, één of meerdere provincies, of over alle bewakingsagenten van de bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst, is ook het bekwaamheidattest leidinggevend personeel type A vereist. Attest type B volstaat ook wanneer het gaat om de uitoefening van gezag over meer dan 15 bewakingsagenten, zonder dat dit de eerder beschreven verantwoordelijkheden inhoudt. Wie gezag uitoefent over maximum 15 bewakingsagenten, zonder dat dit de genoemde verantwoordelijkheden inhoudt, mag ook houder zijn van een bekwaamheidsattest vereist voor de bewakingsagenten waarover hij de leiding heeft. Hij moet dan ook wel minstens zes maanden houder zijn van een identificatiekaart voor de betrokken bewakingsactiviteit.

Elke bewakingsagent moet eveneens voldoen aan opleidingsvereisten. Het KB noemt de verschillende activiteiten (beschreven in de Wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en publieke veiligheid) en geeft steeds aan welk attest ervoor vereist is. Dit zijn, bijvoorbeeld, de algemene bekwaamheidattesten bewakingsagent, en de bekwaamheidattesten bewakingsagent-winkelinspecteur. In elk geval moet de agent houder zijn van het attest psychotechnisch onderzoek en een bijscholingsattest bewakingsagent. Het laatste moet afgeleverd zijn tijdens de periode van vijf jaar die de vervaldatum van zijn identificatiekaart voorafging.

Vereisten inzake psychotechnisch onderzoek

Het attest psychotechnisch onderzoek wordt pas verstrekt nadat de betrokkene met goed gevolg een psychotechnisch onderzoek heeft ondergaan waaruit blijkt dat hij respect vertoont voor de medemens, een evenwichtige persoonlijkheid heeft, over incasseringsvermogen beschikt ten aanzien van agressief gedrag van derden en in staat is daarbij zijn eigen gevoelens te beheersen, en respect vertoont voor plichten en procedures. Een kandidaat mag geen psychotechnisch onderzoek meer ondergaan als hij eerder in twee, door SELOR afgenomen, psychotechnische onderzoeken niet geslaagd is. Een kandidaat die eerder in één, door SELOR afgenomen, psychotechnisch onderzoek niet geslaagd is, mag enkel bij SELOR een psychotechnisch onderzoek ondergaan. Hij moet twaalf maanden wachten na het eerdere onderzoek.

Een later hoofdstuk gaat in op de organisatie van deze onderzoeken en op de erkenning van de testcentra. De onderzoeken kunnen immers worden afgenomen door SELOR of door een erkend testcentrum. De erkenning is verbonden aan een aantal voorwaarden, maar ook daarna kan SELOR via een steekproef de rapporten van de erkende centra onderzoeken.

Toegangsvoorwaarden

Voor de inschrijving tot de opleiding, wordt de kandidaat ingelicht over de wettelijke voorwaarden waaraan hij moet voldoen om de betrokken functie uit te oefenen, de regels voor de examens en herexamens, en eventueel, de verplichting tot bijscholing om de functie uit te oefenen. De kandidaat mag pas aan een opleiding deelnemen als hij voldoet aan acht voorwaarden. Deze worden opgesomd in het KB (bv. voorleggen van een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, en indien gevraagd voor de betrokken opleiding, voorleggen van een attest psychotechnisch onderzoek of het algemeen bekwaamheidattest bewakingsagent).

Opleidingen leidinggevend personeel

In dit hoofdstuk worden de voorwaarden bepaald voor het verstrekken van het bekwaamheidattest leidinggevend personeel type A (100 lesuren), het bekwaamheidattest leidinggevend personeel type B (52 lesuren), en het bijscholingsattest leidinggevend personeel (16 lesuren). Er is ook steeds een omschrijving van het aantal vereiste lesuren voor de verschillende vakken.

Opleiding bewakingsagent en vrijstellingen

Opnieuw geven lijsten met vereiste lesuren voor de verschillende vakken aan wat er gevraagd wordt. Merk op dat een apart hoofdstuk aangeeft welke vrijstellingen er mogelijk zijn.

Organisatie opleidingen en regels over examens en attesten

De minister kan de nadere inhoudsomschrijving van de opleidingen vaststellen en kan eindtermen bepalen voor de opleidingen. Iedere opleiding moet praktijkgericht zijn en afgestemd worden op de betrokken functie en activiteit. Er worden ook voorwaarden bepaald voor de schietoefeningen (bv. plaatsvinden in een door de overheid erkende schietstand, geleid worden door een schietinstructeur).

Voor alle vakken geldt dat de kandidaat, om te slagen voor de examens ter afsluiting van de opleidingen, minimum 50% van de punten moet halen voor elk in het KB aangegeven of bijkomend gedoceerd vak, en minimum 60% voor de examens afgenomen door SELOR, en minimum 60% van de punten voor het totaal van de geëxamineerde vakken. Voor de onderdelen van de attitude-, vaardigheids- en schiettest is zelfs een minimum van 80% van de punten vereist. Verdere regels beschrijven het examen- en herexamensysteem. Ten slotte wordt beschreven welke vermeldingen moeten voorkomen op elk afgegeven attest. Het model van de attesten is gevoegd in bijlage 2 bij het KB.

Erkenning van opleidingsinstellingen en lesgevers

Zowel de opleidingsinstellingen, de opleidingen als de lesgevers moeten worden erkend. Het besluit somt voor elk geval de voorwaarden op (art. 71 tot 73 van het KB). Er wordt ook ingegaan op de aanvraagprocedure en op de documenten die bij een aanvraag moeten worden opgestuurd.

Een apart hoofdstuk beschrijft de gegevens die moeten worden doorgegeven aan de Directie Private Veiligheid bij de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid bij de FOD Binnenlandse Zaken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de programma’s van de lessen, de organisatie van de examens en de persoonsgegevens.

Commissie opleiding bewaking

De Commissie Opleiding Bewaking blijft bestaan binnen de FOD Binnenlandse Zaken. De commissie wordt echter anders samengesteld en telt voortaan maximaal 12 leden, onder wie de afgevaardigde van de Directie Private Veiligheid, een opleidingsdeskundige van de federale politie, een verantwoordelijke van een erkende politieschool, een selectiedeskundige van SELOR, een opleidingsdeskundige van OFO en verschillende vertegenwoordigers van opleidingsinstellingen. De commissie adviseert over de detaillering van de lessenprogramma's van de opleidingen geregeld in dit besluit, de erkenning van de opleidingen, de opleidingsinstellingen en de lesgevers, en de toepassingen van dit besluit en de voorstellen tot eventuele wijzigingen ervan.

Ten slotte noteren we een lange reeks overgangsbepalingen. Hierin worden vrijstellingen verleend aan personen die, bijvoorbeeld, al een attest bezitten op basis van het eerdere KB over deze materie.

Privébewaking havens

Bewakingsagenten die personen en/of goederen bewaken en controleren in havens, hebben vanaf 1 september 2015 een bekwaamheidsattest ‘bewakingsattest-havenbewaking’ nodig bovenop hun basisattest. Dat attest krijgen ze pas nadat ze zijn geslaagd in een bijkomende opleiding van 16 lesuren toegespitst op de kennis van de haven als werkomgeving (6uur), de security in de haven (4uur), de bewaking in de haven (4uur) en praktische toepassingen (2uur).

De federale regering introduceerde het ‘bijkomende attest havenbewaker’ voor bewakingsactiviteiten op werkposten die onderworpen zijn aan de wet op de maritieme beveiliging al in 2011. Nu ook de opleiding vorm krijgt, heeft minister van Binnenlandse Zaken, Joëlle Milquet, de datum van inwerkingtreding van dit onderdeel van het KB van 13 oktober 2011 kunnen vastleggen. Die prikt ze pas op 1 september 2015, onder meer om de betrokkenen voldoende tijd te geven om de opleiding af te werken.

Federale ambtenaren

Vanaf 1 september 2015 krijgen federale ambtenaren die meer dan 6 maanden afwezig zijn niet meer automatisch een positieve evaluatie. De Raad van State heeft deze bijzondere regel uit het KB van 24 september 2013 vernietigd wegens discriminatie in de toepassing ervan.

Het besluit voorziet immers in 2 verschillende systemen van ambtshalve toekenning van de vermelding ‘voldoet aan de verwachtingen’ bij lange afwezigheden. Een eerste algemeen systeem dat van toepassing is op alle federale ambtenaren die meer dan 6 maanden afwezig zijn gedurende een evaluatieperiode. Tenminste wanneer de ambtenaren bij hun laatste evaluatie al de vermelding ‘voldoet aan de verwachtingen’ of ‘uitzonderlijk’ hadden gekregen. Bovendien geldt deze regel alleen voor de maanden waarin het personeelslid geldelijke anciënniteit verwerft.

Het tweede systeem is van toepassing op ambtenaren die langer dan 6 maanden afwezig zijn omwille van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk, een beroepsziekte of wegens voltijds ouderschapsverlof, verlof wegens moederschapsbescherming, een verlof voor een opdracht van algemeen belang, een voltijds politiek verlof, enz. Bij dit systeem gelden de voorwaarden van een voorgaande positieve evaluatie of de toepassing voor de maanden waarin het personeelslid geldelijke anciënniteit verwerft, echter niet.

En net dat verschil in behandeling van personeelsleden bij verschillende afwezigheden van meer dan 6 maanden in de evaluatieperiode is volgens de Raad van State niet gerechtvaardigd.

De betrokken artikelen 6 en 38 uit het KB van 24 september 2013 worden daarom vernietigd. Ambtshalve toekenning van een vermelding ‘voldoet aan de verwachtingen’ bij een afwezigheid van meer dan 6 maanden kan daardoor niet meer. Maar met het oog op de rechtszekerheid gaat die vernietiging pas in vanaf 1 september 2015. De betrokken bepalingen kunnen dus nog tot het einde van de zomervakantie worden toegepast. De beslissingen van de beroepscommissies die tot en met 31 augustus 2015 (zullen) worden genomen, blijven dus gelden.

RvS 230.785, 3 april 2015

Gepubliceerd op 31-08-2015

  136