Zomerse temperaturen: wanneer moet de werkgever maatregelen nemen?

We kunnen al enkele weken genieten van zomerse temperaturen, maar pas deze week kan er sprake zijn van een echte hittegolf. Wanneer het te warm wordt op het werk, hebben werknemers recht op een aantal beschermingsmaatregelen. Daarom brengen we u graag de voornaamste principes nog even in herinnering.

Wat is 'te warm'?

Sinds 2012 zijn er voorschriften voor ‘thermische omgevingsfactoren’ van kracht. Het arbeidsklimaat zeg maar. De regels over het werk bij hoge omgevingstemperaturen zijn vastgelegd in boek V. van de Codex over het welzijn op het werk.
 
De actiewaarden voor blootstelling aan warmte zijn vastgesteld uitgaande van de WBGT-index in functie van de fysieke werkbelasting – afhankelijk van de gemeten temperatuur en het verrichte werk zal u als werkgever bepaalde acties moeten ondernemen.
 
De gemeten warmte wordt uitgedrukt in de zgn. WBGT-index.
 
WBGT staat voor ‘Wet Bulb Globe Temperature’. Want naast de temperatuur speelt ook de vochtigheid een rol. Een meting met een klassieke thermometer volstaat dus niet als het gaat om blootstelling aan warmte. Men gebruikt hiervoor een ‘nattebolthermometer’. Een droge warmte wordt doorgaans immers beter verdragen dan een vochtige warmte.
 
De arbeidsgeneesheer stelt vast hoeveel fysieke inspanning een bepaald soort werk vraagt. Als aanduiding kunnen een aantal voorbeelden helpen: secretariaatswerk (zeer licht), handenarbeid aan een tafel (licht), staande arbeid (halfzwaar), grondwerken (zeer zwaar).
 
Voor blootstelling aan warmte, mag de WBGT-index niet hoger zijn dan:
  • 29 voor zeer licht of licht werk;
  • 26 voor halfzwaar werk;
  • 22 voor zwaar werk;
  • 18 voor zeer zwaar werk.
Worden deze waarden overschreden dan moet de werkgever:
  • beschermingsmiddelen (zonnescherm, hoofddeksel, …) ter beschikking stellen van werknemers die aan rechtstreekse zonnestraling worden blootgesteld;
  • gratis aangepaste verfrissende dranken verstrekken;
  • binnen de 48 uur een verluchtingssysteem in de werklokalen installeren.
Duurt de hinder voort, wat onder meer kan blijken uit een rondvraag bij de werknemers, dan moet de werkgever rusttijden toestaan.
 
De werkgever kan eventueel overwegen om tijdelijke werkloosheid in te voeren. Tijdens deze periode krijgt de werknemer werkloosheidsuitkeringen van de RVA die, onder meer in de bouwsector, aangevuld worden met een vergoeding uit een fonds voor bestaanszekerheid.

Ozon

Bij aanhoudend warm weer treden er ook dikwijls verhoogde ozonconcentraties op.
 
Over de bescherming tegen ozon van klimatologische oorsprong zijn in de arbeidsreglementering geen afzonderlijke bepalingen opgenomen. Blootstelling aan ozon van klimatologische oorsprong dient beschouwd te worden als een arbeidsrisico waartegen preventieve maatregelen moeten worden voorzien, vooral voor werknemers die in open lucht werken.
 
Mogelijke maatregelen zijn : zware lichamelijke arbeid enkel tijdens de ochtend of voormiddag verrichten, omdat de ozonconcentraties dan het laagst zijn; overwerk vermijden; rustpauzes binnenshuis voorzien; werkplaatsen in open lucht met een zonnedak afschermen.
Bron:

Gepubliceerd op 25-07-2018

  253